Druk op pijl voor volgende persbericht
 
Arts merkt bewegingsangst hartpatiënt niet altijd op

Herstel na een hartinfarct verloopt moeizaam als de patiënt nauwelijks durft te bewegen.

MARCO VISSER

Artsen en andere zorgverleners hebben vaak onvoldoende in de gaten dat patiënten na behandeling voor een hartkwaal zich nauwelijks nog durven in te spannen. Dat verhoogt de kans op nieuwe hartproblemen, zegt Paul Keessen, docent-onderzoeker bij de opleiding Oefentherapie aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij verricht onderzoek naar angst onder hartpatiënten van het Amsterdam UMC.
De angstige patiënten zijn vooral mensen die voor een acute opname in het ziekenhuis belanden, meestal na een hartinfarct. Maar ook patiënten met angina pectoris of boezemfibrilleren kunnen last hebben van bewegingsangst.
De angst zelf, kinesiofobie geheten, is een bekend verschijnsel maar blijft toch te vaak onopgemerkt, zegt Keessen. Dat is schadelijk omdat de angst zorgt voor meer stress en patiënten niet naar de hartrevalidatie gaan. Daardoor neemt de kans op bijvoorbeeld een tweede infarct toe. "Veel mensen zijn behoorlijk angstig na een infarct. Mensen komen binnen op de spoedeisende hulppost, worden behandeld en moeten dan snel weer weg. Er dus weinig tijd om duidelijke informatie geven. Als patiënten thuiskomen, hebben zij eigenlijk onvoldoende kennis. Ze voelen allerlei signalen vanuit hun lichaam waardoor ze denken dat er weer een nieuw infarct aankomt. Ze zijn een beetje getraumatiseerd en kiezen er daarom voor niet naar de hartrevalidatie te gaan omdat ze niet meer durven te bewegen."

'Ze voelen signalen vanuit hun lichaam waardoor ze denken dat er weer een nieuw infarct aankomt'

Volgens Keessen is het belangrijk dat artsen duidelijk zijn in de informatie die zij een patiënt meegeven. "Als een arts tegen een patiënt zegt: u moet rustig aan doen, dan betekent dat voor sommigen: ik mag niet bewegen. Nee, Je kunt niet direct de marathon lopen, maar wel dagelijkse bewegingen uit blijven voeren. Dat draagt bij aan het herstel. Net als meedoen aan hartrevalidatie. En als patiënten echt angstig zijn, moeten ze worden doorverwezen naar een psycholoog."

Bron: Trouw, 29 december 2018